|
Het onderste, gesloten deel van het noordwestelijke wangstuk is aan de buitenzijde voorzien van een reliëf met de beeltenis van een bisschop. Onder een met hogels bezette ezelsrugboog die een fijn traceerwerk afsluit, staat de bisschopsfiguur in vol pontificaal ornaat. De prelaat is enigszins naar links gewend zodat hij nu min of meer in het schip van de kerk kijkt en vroeger - voor de verplaatsing van dit wangstuk het hoogkoor kon overzien. In zijn linkerhand houdt hij de kromstaf die hij vastheeft met het sudarium - waarvan het bovenste deel ontbreekt -. De krul van de kromstaf is naar buiten gekeerd als teken van de macht van de bisschop die zich uitstrekt over zijn hele bisdom. Op de linkerhand draagt de bisschop een kerkmodel, waardoor hij gekarakteriseerd wordt als kerkstichter of kerkpatroon. Op grond van dit attribuut werd de prelaat door Jan Hezenmans en Xavier Smits geïnterpreteerd als de heilige Willibrordus, bisschop van Utrecht.3 Jan Mosmans duidde hem in zijn boek van 1931 anders en wel als de heilige Lambertus, bisschop van Luik en patroon van het bisdom waaronder 's-Hertogenbosch ressorteerde.4 Sedertdien wordt deze identificatie aangehouden. Als typerend kenmerk voor Lambertus mag het rationale worden beschouwd, de korte langs de onderrand gekanteelde schoudermantel, die de bisschop over zijn kazuifel draagt; ook op het doopvont uit 1492 in de Sint-Jan is Lambertus met dit liturgische kledingstuk afgebeeld. | 48 |
| Noten | |
| 3. | Hezenmans 1866, p. 70; Smits 1907, p. 209. |
| 4. | Mosmans 1931, p. 379. Het fragment van het sudarium wordt door Mosmans abusievelijk aangezien voor een 'palmtak'. |
A.M. Koldeweij e.a., De koorbanken in de St.-Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1991) 48
Concordius van Goirle & Martien Coppens, De koorbanken van St. Jan (1946) 59
A.M. Koldeweij e.a., De koorbanken in de St.-Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1991) 48, 49 (afb.)
Jan Mosmans, De St Janskerk te 's-Hertogenbosch (1931) 377, 379